Eén op de vijf inwoners heeft moeite met basisvaardigheden: Helmond-De Peelkomt in actie
Eén op de vijf inwoners heeft moeite met basisvaardigheden: Helmond-De Peel komt in actie Basisvaardigheden zijn belangrijk om mee te kunnen doen in de samenleving. Denk aan lezen, schrijven, rekenen en omgaan met een computer of smartphone. Toch zijn deze vaardigheden niet voor iedereen makkelijk. Daarom gaan de gemeenten Asten, Deurne, Geldrop-Mierlo, Gemert-Bakel, Helmond, Laarbeek en Someren de komende jaren extra aandacht geven aan basisvaardigheden. Zo willen zij laaggeletterdheid verminderen.
In het Regionaal Programma Basisvaardigheden Helmond-De Peel 2026-2030 maken de gemeenten hierover samen afspraken. De verantwoordelijke wethouders ondertekenden deze afspraken op donderdag 17 september 2026. Het doel is duidelijk: meer inwoners bereiken die moeite hebben met lezen, schrijven, rekenen of digitale vaardigheden en hen helpen om deze vaardigheden te verbeteren. Zo kunnen zij zelfstandiger meedoen in de samenleving. Vanaf 2027 wordt ieder jaar gemeten hoeveel inwoners met de aanpak worden bereikt. Ook wordt gekeken welke inwoners worden bereikt en wat de aanpak oplevert.
Één op de vijf inwoners heeft moeite met basisvaardigheden
Als iemand moeite heeft met basisvaardigheden, kan dat problemen geven in het dagelijks leven. Bijvoorbeeld bij het begrijpen van een brief, het invullen van een formulier, het regelen van geldzaken of het gebruik van een computer. Ook op het werk kan het leiden tot lastige situaties. Bijvoorbeeld als iemand moeite heeft met het begrijpen van veiligheidsinstructies en werkprocessen of het volgen van verplichte opleidingen. In Helmond-De Peel gaat het naar schatting om 39.200 inwoners van 16 tot en met 75 jaar die moeite hebben met één of meerdere basisvaardigheden. Dat is ongeveer 20 procent van de inwoners in deze leeftijdsgroep. Van deze groep hebben ongeveer 25.500 inwoners Nederlands als moedertaal en 13.700 inwoners Nederlands als tweede taal. Deze cijfers laten zien dat het om een grote groep inwoners gaat. Het gaat dus niet om een klein probleem. Iedereen kan moeite hebben met basisvaardigheden. Het komt voor in alle zeven gemeenten en bij verschillende leeftijden.
Juist daarom is het belangrijk dat de gemeenten samenwerken, zegt Boris Kox, wethouder Gezondheid van de gemeente Helmond: “Goede basisvaardigheden zijn een belangrijke voorwaarde om zelfstandig mee te doen in de samenleving. Mensen wonen, werken en leven in verschillende gemeenten. Laaggeletterdheid stopt daarom niet bij de gemeentegrens. Onze aanpak moet dat ook niet doen. Door samen te werken als gemeenten en organisaties, kunnen we inwoners beter bereiken. Ook kunnen we de hulp beter op elkaar afstemmen. Zo geven we meer mensen in onze regio de kans om mee te doen.”
Wat gaan de gemeenten doen?
De gemeenten gaan de komende jaren meer samenwerken met organisaties die veel contact hebben met inwoners. Denk aan werkgevers, bibliotheken, welzijnsorganisaties en de lokale digiTaalnetwerken. Zo wordt het makkelijker om inwoners die moeite hebben met
basisvaardigheden te herkennen en hen op een passende manier te helpen. Ondersteuning bij basisvaardigheden wordt ook onderdeel van de hulp die inwoners al krijgen. Bijvoorbeeld bij de aanpak van armoede en schulden, gezinszaken of gezond ouder worden. De gemeenten gaan daarnaast nog meer aandacht geven aan duidelijke communicatie. Inwoners moeten informatie van de gemeente en andere organisaties goed kunnen begrijpen.
Betere taal-, reken- en digitale vaardigheden helpen inwoners om zelfstandiger en met meer vertrouwen mee te doen. Bijvoorbeeld op school, op het werk en in het dagelijks leven. Ook kunnen inwoners zich zo verder ontwikkelen. Daarom willen de gemeenten inwoners ook in hun
werk beter helpen. Extra aandacht is er voor mensen die werk zoeken. Het gaat naar schatting om 7.300 werkloze inwoners die moeite hebben met basisvaardigheden. De gemeenten willen deze inwoners beter in beeld krijgen. Daarvoor werken zij samen met het Regionaal
Werkcentrum, UWV en Senzer. Samen kijken zij welke hulp het beste past bij deze inwoners.
Wat merken inwoners hiervan?
Voor inwoners moet de ondersteuning vooral makkelijker te vinden en te krijgen zijn. Wie moeite heeft met een moeilijke brief, een digitaal formulier of het regelen van zaken met de overheid, moet snel weten waar hij of zij terechtkan. In de regio zijn al veel plekken waar inwoners hulp kunnen krijgen. Zo kunnen inwoners terecht bij een digiTaalhuis voor bijvoorbeeld hulp bij een brief, formulieren of het oefenen van de Nederlandse taal. Ook zijn er Informatiepunten Digitale Overheid (IDO). Daar kunnen inwoners gratis terecht voor hulp bij digitale zaken, zoals het aanvragen van een DigiD, toeslagen of een uitkering.
Samen zorgen dat iedereen mee kan doen
Met het Regionaal Programma Basisvaardigheden spreken de zeven gemeenten af om de komende jaren samen te werken. Iedere gemeente heeft daarbij ruimte voor een lokale aanpak die aansluit bij de eigen inwoners en lokale organisaties. Door samen te werken kunnen gemeenten en organisaties kennis, ervaringen en goede voorbeelden delen. Zij kunnen van elkaar leren en de hulp beter op elkaar afstemmen. Samen maken de gemeenten en organisaties de aanpak sterker. Zo wordt de kans groter dat inwoners die moeite hebben met
basisvaardigheden worden bereikt en de juiste hulp krijgen.
Op de foto van links naar rechts: wethouder Daniël van Schijndel (gemeente Someren), wethouder Laurens van den Berg (gemeente Gemert-Bakel), wethouder Wouter Bulten (gemeente Deurne), wethouder Janine Spoor (gemeente Asten), wethouder Hanneke Meulendijk-van de Pasch (gemeente GeldropMierlo), wethouder Monika Slaets-Sonneveldt (gemeente Laarbeek), wethouder Boris Kox (gemeente Helmond).